Iemand aan de tand voelen

Doeneke Werkpret

De tandarts zelf heeft ’t ook lang niet makkelijk, zo tonen de statistieken. Deze week lig ik voor de halfjaarlijkse controle weer in de stoel van de tandarts. Ik ben nooit bang. Ik heb een goed gebit. “Typisch een gebit van een jaren 70-kind, met thuis fluortabletjes en fluorspoeling op school,” concludeert de tandarts. Dat ik deze viezigheid als kind meestal stiekem niet neem, houd ik voor mijzelf. Ik spoel fluortabletjes door het gaatje van de wastafel van onze badkamer en verzamel spuug voor óp het griezelig felblauwe fluordrankje in de klas. Soms betrapt een fluormoeder mij en moet ik alsnog écht spoelen. Dat fluoride niet gezond is, voel ik als kind al feilloos aan.


Als kind gaan mijn moeder en ik samen naar tandarts. Hij houdt praktijk aan huis, met zijn vrouw als assistent. Eigenlijk neem ík mijn moeder mee. Zij is doodsbang voor de tandarts. Zij heeft een oorlogsgebit en onze tandarts molesteert haar bij ieder bezoek. Zij ervaart onze tandarts als vijand en hij voelt dat aan. Maar al die gevoelens komen daar nooit ter sprake. Bij beiden loopt de spanning steeds verder op.


Naast hun patiënten hebben ook de tandarts en -assistent, orthodontist, mondhygiënist het mentaal zwaar. Stel je voor. Je zit de hele dag, samen met patiënten met tegenzin, in een ongezellige, kille, klinische, chemisch ruikende werkruimte. Je kijkt steeds in – niet altijd fraaie – open monden. Je priegelt op de vierkante centimeter. Je produceert met je apparatuur geluiden die door merg en been gaan. Je zit dicht op je patiënt, maar de afstand tussen jullie is enorm. Door je mondkapje, loepbril en felle lamp. En door de benarde, afhankelijke, monddode positie waarin je jouw patiënt houdt. Het kan helaas niet anders. Het veroorzaakt een ingewikkeld gevoel.


De mondzorg-beroepsgroep kampt met een verhoogd risico op stress, depressie, burn-out en suïcide. Voor wat meer gezelligheid kiezen veel tandartsen voor een groepspraktijk, met wat minder inkomen. Tussen de angstige en chagrijnige patiënten door, kan je dan lekker met collega’s keten en soms taartjes eten. De tandarts is daar meer mens met een mooi beroep. En wat meer waardering van ons allen is ook mooi. Werk dus als patiënt aan je angst en stap de volgende keer met een vrolijk gemoed die praktijk binnen. Gezelliger bij de tandarts? Dat lukt ons.

Even voelen – Doeneke wil ‘t proberen!

Geen reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Doeneke Werkpret
5
Wie probeert wint

Natuurlijk lukt niet alles me. Zoals de eerste keer dat ik probeer iets te schrijven over net iets anders dan een training. Op een moment al best wat jaren terug krijg ik een vraag. Ik ben dan trainer bij een groot en leuk bedrijf. Al jaren ben ik er in …

Doeneke Werkpret
3
De dochter van

Bij boeren denk ik aan mijn jeugd. Een jeugdvriendin van me met wie ik nog steeds close ben is een boerendochter. Haar vader begrijpt veel van het leven en hij heeft volgens mij de beste baan ooit, als boer. Hij staat nooit in de file en werkt aan huis. Helemaal …

Doeneke Werkpret
10
Mij een zorg

Is verpleegkunde iets voor mij? Is dat mijn roeping? Ik overweeg het tijdens mijn beroepskeuze op de middelbare school. Ik wil straks als werk ‘iets met mensen’ doen. En in dat beroep ben je pas echt van betekenis. Dus verdiep ik me er in. Ik stel me voor hoe ik …

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "Toestaan cookies" zodat je makkelijk op deze site kan surfen. Als je op deze site blijft zonder je cookie-instellingen te wijzigen of je klikt hier op "Accepteren" dan ga je akkoord met deze instellingen.

Sluiten