Wat een prachtige blog… smaklig måltid!
Hoezo kaas?
- Door: Doeneke
- Categorie: Doeneke Erudiet
Ik* woon al een paar jaar in Zweden. De Zweedse taal fascineert me. Ze is lieflijk en ze danst. Als ik Zweeds spreek klink ik geheid opgewekt. Zweeds is net als Nederlands een Germaanse taal. Dat helpt. Het maakt lezen een stuk makkelijker. Met nog wat kennis over het Duits kom ik al snel ver. Totdat ik op het Zweedse woord voor kaas stuit.

Ost (spreek uit oest) is het Zweedse woord voor kaas. Dat woord lijkt niet op de woorden voor kaas in het Nederlands, Duits of Engels. Is het dan misschien geleend uit een Latijnse taal? Nee. Met fromage en formaggio uit het Frans en Italiaans komen we nergens. En queso en queijo uit het Spaans en Portugees lijken weer meer op ons Nederlandse woord. Om erachter te komen waar deze drie variërende woorden voor kaas vandaan komen, moeten we flink terug in de tijd.
Het Oudgermaanse woord voor kaas was justa, daar maakten wij in Nederland jost van. Kijk daar heb je hem! Jost is echter niet gebleven. We waren in Nederland vroeger niet heel goed in het maken van kaas, onze jost was een witte kaas. Maar toen kwamen de Romeinen. De zuiderlingen brachten een geavanceerdere manier van het kaas maken, ze maakten namelijk gebruik van stremsel. Dit stremsel zorgde voor een harde kaas die lang houdbaar was. Een wonder voor de West-Germaanse volkeren.

Met de geavanceerde kaastechnologie kwam ook een nieuw woord voor kaas. De Romeinen noemden het caseus formaticum, dat harde kaas betekent. De West-Germaanse talen begonnen een verbastering van caseus te gebruiken. De Fransen en Italianen hebben alleen een afgeleide van formaticum overgehouden. Fromage en formaggio betekenen dus allebei eigenlijk gewoon hard.
Zowel de Romeinen als ons woord voor kaas hebben de Scandinavische landen nooit bereikt. Gelukkig is het gebruik van stremsel hier wel gearriveerd. Zo kan ik op zijn Hollands-Zweeds heerlijk genieten van een simpele boterham met ost.

Lenen – Doeneke wil ‘t proberen
* blogpost geschreven met zoon Toon in de hoofdrol, vandaar die passende ik-vorm